4x non-fictieboeken #2: over de zin van het leven en je innerlijke arts

De afgelopen tijd heb ik meerdere super interessante non-fictieboeken gelezen! In dit blog deed ik verslag van Een klein land met verre uithoeken en Het recht van de snelste en over de andere twee ga ik je vandaag meer vertellen. De zin van het leven en De innerlijke arts gaan over je eigen (geestelijke) gezondheid. Een belangrijk hedendaags onderwerp. Boeken met dit thema helpen mij meer inzicht in mezelf en anderen te krijgen. Ook haal ik er vaak inspiratie uit om toe te passen in mijn eigen leven. Een traktatie voor mind, body & spirit 🙂

De zin van het leven – Fokke Obbema

Nadat Fokke Obbema in 2018 een hartstilstand kreeg, ging hij meer nadenken over de zin van het leven. Bij De Volkskrant begon hij met een reeks van interviews over dit thema. Al die interviews zijn nu gebundeld in dit boek. En wat een cadeautje is dat! Het boek geeft veel inspiratie en zet je aan het denken over deze grote vraag.

In de interviews wordt natuurlijk niet alleen ‘de’ vraag gesteld (met ‘de’ vraag bedoel ik uiteraard: wat is de zin van het leven?). Daardoor krijg je een breder beeld van de geïnterviewden. Je leest over hun leven, hun geluk, hun tegenslagen… Dit maakt het heel persoonlijke verhalen. De geïnterviewden geven heel verschillende antwoorden op ‘de’ vraag. Zo denken sommigen dat er wel een hogere macht is en zien anderen puur het voortplanten als de zin van alles. En dan volgt er weer iemand die dat te oppervlakkig vindt en juist alles wat we doen als de zin ziet. Kortom, het geeft je genoeg stof tot nadenken. Doordat het in interviewvorm is uitgegeven leest het bovendien lekker vlot!

De innerlijke arts – Andreas Michalsen

Door de bomen zie ik vaak het bos niet meer. Althans, als het gaat over boeken over gezondheid. Toch blijf ik ze boeiend vinden en zoek ik ze graag op. Want het gaat toch immers over iets heel belangrijks: je eigen én andermans gezondheid. Het blijft bovendien prikkelen om op zoek te gaan naar wat nu eigenlijk het beste is voor ons.

Wel probeer ik bij deze boeken of documentaires eerst kritisch te kijken naar wie hier spreekt. Is dit iemand met een diploma, veel ervaring en een wetenschappelijke insteek of is het iemand die zomaar denkt het ei van Columbus te hebben gevonden? Een goede bronnenlijst met onderzoeken en een feitelijke uitleg bij de boodschap vind ik heel belangrijk. Voor mijn gevoel voldeed dit boek aan deze eisen, maar oordeel ook gerust zelf wanneer je het gaat lezen.

Ik was wel enorm sceptisch toen de schrijver aderlaten en bloedzuigers als therapieën opperde. We leven toch niet meer in de middeleeuwen? Maar de schrijver legt vervolgens heel goed uit dat de informatie rondom deze therapieën nu heel sterk geframed is. Ik zou er zelf nog steeds niet direct aan beginnen, maar het was wel interessant om over de precieze werking van deze therapieën te lezen.

Uiteindelijk kon ik ook nog persoonlijke praktische tips uit het boek halen:
1) Ik ben (of in dit geval dus was!) iemand van de tussendoortjes, maar de schrijver legt duidelijk uit dat dit niet per sé goed is. Juist de rust tussen de maaltijden is belangrijk voor je organen. Dus nu ga ik het proberen te houden bij 3 maaltijden per dag.
2) Voor mijn rugpijn stonden er ook goede tips in: warme wikkels gebruiken, vasten, gebruik maken van stressreducerende middelen zoals lavendel, én lange yogasessies doen.
Ik kan het boek dan ook iedereen aanraden met vergelijkbare (milde) kwalen die wil weten wat ‘ie hieraan kan doen, zonder meteen een pijnstiller te hoeven slikken.

Beide boeken hebben me echt inspiratie gegeven. Vooral in De innerlijke arts heb ik dingen gelezen die ik nog niet wist en die heel waardevol zijn! Naast deze boeken ben ik ook al weer begonnen in andere non-fictie boeken, want ik blijf het een fijn genre vinden. Hoe heerlijk is het om iedere dag weer wat bij te kunnen leren door gewoon met een boek op de bank te ploffen?

Over welk thema lezen jullie graag non-fictie boeken?

Meer lezen over non-fictie? Ik schreef ook de volgende blogs over dit genre:

Volg mij op social media voor updates over nieuwe blogs:

4x non-fictieboeken #1: over verkeer, wonen en meer!

De afgelopen tijd heb ik nieuwe non-fictieboeken gelezen waarvan sommige mijn ogen hebben geopend! Ik vind het heerlijk om via boeken meer te leren over boeiende onderwerpen. Vaak is de informatiedichtheid hierin wat hoger dan bijvoorbeeld in een documentaire en kun je de informatie ook wat meer in je eigen tempo tot je nemen. Daarnaast vind ik de meeste non-fictieboeken die nu worden geschreven absoluut niet droog en juist vlot lezen! Kortom, een prettige manier om meer te weten te komen over onderwerpen die me interesseren. De afgelopen tijd heb ik vier nieuwe non-fictieboeken gelezen, waarvan twee boeken over verkeer, wonen en mobiliteit gingen. Met name het boek over verkeer was een eye opener, maar over beide boeken vertel ik je graag meer!

Een klein land met verre uithoeken – Floor Milikowski
In Een klein land met verre uithoeken vertelt Milikowski over de kansen en worstelingen van veel verschillende steden en dorpen in Nederland. Waarom draait de economie in Eindhoven als een tierelier, is Amsterdam een expat-stad geworden en krimpt de economie van bijvoorbeeld Emmen juist al jaren? Dit zijn allemaal vragen waar ze in dit boek antwoord op geeft.

Wat zo sterk is aan het boek is dat eigenlijk bijna geen stukje Nederland wordt overgeslagen. Zo werd zowel Schiphol als Drenthe en zowel de zuidelijke provinciën op de grens met België als Noord-Groningen besproken. Er wordt onder andere uitgelegd waarom sommige delen krimpen en andere delen van Nederland juist overspannen raken. Ook gaat het over de woningmarkt: waarom zijn er in Groningen zoveel studentenwoningen, en is het eigenlijk wel goed dat de overheid de markt geheel loslaat? Wat voor effect heeft dit op de betaalbaarheid en verdeling van woningen?

Soms mist er wat focus doordat ze álles wil bespreken, maar dit is ook wel weer de kracht. Ik denk dat het boek wil doen wat de overheid soms niet doet, en dat is alle aspecten én delen van Nederland de aandacht geven die ze verdienen. Een goede boodschap die het boek ook gaf is dat door het succes van steden de middenklasse wordt weggejaagd en er juist meer segregatie ontstaat. Belangrijk om over na te denken!

Het was minder een eye opener dan Het recht van de snelste. Misschien omdat het boek zoveel uitstapjes maakte. Door die uitstapjes vond ik het soms ook wat te veel van hot naar her gaan, maar dit zorgde er dan wel weer voor dat ik over heel veel delen van Nederland weer wat meer kennis heb! En dat is zeker een leuke toevoeging 🙂

Het recht van de snelste


Het recht van de snelste – Thalia Verkade

Steekt een hert de weg over of rijden wij dwars door zijn bos heen? Waarom moeten we op een knopje drukken als we de straat over willen steken? En hoe kan het dat we steeds sneller reizen, maar geen seconde eerder thuiskomen?


Het recht van de snelste is een van de betere non-fictie boeken die ik in lange tijd heb gelezen. Na het lezen kan ik niet meer hetzelfde kijken naar het verkeer en de inrichting van de mobiliteit in Nederland.
Wat ik vooral zo goed vond aan het boek, was dat het met zulke sterke feiten kwam. Een voorbeeld: we spreken altijd over het grote fileprobleem, maar slechts 2-3% van de Nederlanders heeft daadwerkelijk last van files. Best klein percentage, hè? En ook wordt er verteld hoeveel ruimte openbare parkeerplaatsen innemen en hoeveel ze eigenlijk gebruikt worden. Het zijn best wel bizarre cijfers!

Er zijn in Nederland bijna evenveel parkeerplaatsen als er mensen zijn, en dat betekent dat er twee keer zo veel parkeerplaatsen als auto’s zijn. Als je al die parkeerplaatsen aan elkaar zou leggen, zou dat een groter gebied beslaan dan het complete landoppervlak van de gemeente Amsterdam.  

Het leukste van het boek vind ik echter dat je ziet hoe erg we gewend zijn de auto als middelpunt te nemen en hoe automatisch er wordt gedacht dat de doorstroom van ‘het verkeer’ (niemand denkt hier trouwens snel aan treinen, terwijl dat net zo goed verkeer is!) het belangrijkste is bij het inrichten van nieuwe ruimte. Maar er wordt ook verteld dat er in de 20ste eeuw behoorlijk is gelobbyd in Nederland, waardoor er nu meer ruimte is voor fietsers dan in andere Europese landen.

Het boek was soms wat deprimerend, zeker als je net als ik niet zo’n enorme fan bent van auto’s. Maar gelukkig schreef ze ook nog een hoofdstuk over oplossingen voor de openbare ruimte en het verkeer. Het recht van de snelste is in ieder geval een grote aanrader voor iedereen die weleens uit moet leggen waarom meer asfalt niet perse de beste oplossing is of waarom ze, ondanks dat het een lage CO2-uitstoot geeft, toch óók geen elektrische auto zouden kopen. En verder vind ik gewoon dat iedereen dit boek moet lezen, omdat het zo’n eye opener is.

Lees jij graag non-fictieboeken? En zo ja, wat zijn jouw favoriete onderwerpen?

Recensie: De kunst van het ongelukkig zijn – Dirk de Wachter

De titel van dit boek van psychiater en hoogleraar Dirk de Wachter klinkt misschien niet heel gezellig, maar toen ik eenmaal was begonnen met lezen kon ik niet meer stoppen. De Wachter benoemt zo veel interessante dingen dat ik het boekje binnen no time uit had gelezen. En tegen de verwachtingen in maakte het boek mij zowaar blijer en optimistischer!
De Wachter stelt dat er op dit moment veel eenzaamheid en psychische klachten zijn in zowel België als Nederland. De Wachter ziet zelf als Vlaamse psychiater zijn doelgroep ook groeien. Met name eenzaamheid is een veelvoorkomend probleem. Onderzoeken wijzen uit dat een schrikbarend groot deel van de bevolking zich regelmatig eenzaam voelt.

‘De terreur van het geluk’

Oké, dit zijn absoluut geen feiten om optimistisch van te worden. Toch is er ruimte voor hoop. De Wachter legt heel mooi uit dat we ons ongeluk en onze klachten zelf vaak groter maken. Zo geeft hij aan dat we niet echt praten over wat ons verdrietig maakt. Alles moet altijd maar leuk zijn. Ook streven we naar een soort constante staat van supergelukkig zijn in plaats van tevreden zijn. Ongelukkig zijn lijkt niet meer welkom in onze samenleving en moet bestreden worden.  En juist met deze mindset maken we van verdrietige muizen depressieve olifanten. Het is precies het bieden van weerstand tegen onprettige emoties waardoor we er soms niet uit komen met onszelf.

Volgens de Duitse filosoof Wilhelm Schmidt is geluk een plicht geworden. Hij noemt het krampachtig streven naar zoveel mogelijk plezier de ‘terreur van het geluk’ en hij raadt aan die zoektocht op te geven.

De Wachter pleit daarom voor meer ruimte om ongelukkig te zijn. Ook stelt hij dat we in de psychiatrie niet per se moeten streven naar de meest efficiënte en snelle behandeling van klachten – indien het geen levensgevaarlijke situatie is uiteraard! – , maar dat verdriet soms de ruimte moet krijgen en verwerking ervan vaak tijd nodig heeft. Wel denk ik dat het boek in de juiste context geplaatst moet worden. De Wachter streeft er immers niet naar om mensen die aan een zware depressie leiden aan hun lot over te laten en verwijst met ongelukkig zijn niet naar depressieve of suïcidale klachten.

De boodschap van dit boek vind ik belangrijk, omdat het ruimte geeft voor een kleine ommezwaai in hoe we tegenwoordig denken over gelukkig zijn. Én vooral ook over ongelukkig zijn. De boodschap is dat we weer wat meer over ons ongeluk moeten praten, minder hoeven te streven naar constant gelukkig zijn en dat we sombere gevoelens af en toe wat meer ruimte mogen geven in ons leven. In plaats van dat we krampachtig moeten proberen extreem happy te zijn, kunnen we ons wat meer bezig houden met zinvolle activiteiten. En de paradox is dan misschien wel dat je je als gevolg daarvan toch gelukkiger gaat voelen.