Veel boekentips! Voor elk moment een passend verhaal.

Kiezen is lastig, of het nu gaat over welke baan bij je past, wat je vanavond gaat eten, of met welk boek je zult wegzakken in de bank met een grote pot thee. Gelukkig help ik je hier graag bij! Met dit blog vol boekentips. Geen thema en geen clou maar puur de titel met een korte samenvatting en  mijn beknopte mening. Zo weet je meteen of het een boek voor jou is.

Zelf heb ik echt wel eens een boek weggelegd zonder hem uit te lezen. Helemaal niet erg natuurlijk. Soms kom je er immers pas na een paar bladzijdes achter dat het boek niet voor jou is of dat het niet het moment is. Zo begon ik laatst in een boek dat vrij kritisch was over de maatschappij. Daar had ik, naast een overdosis aan dagelijks nieuws, even geen behoefte aan. Die heb ik dus even uitgesteld. Daarvoor in de plaats ben ik een jeugdboek gaan lezen en dat beviel veel beter. Kies jij ook het juiste boek voor de situatie?

Olive – Emma Gannon
Olive is een jonge vrouw die na een break-up in een crisis terechtkomt. Zij weet namelijk al heel lang dat ze geen kinderen wil, maar in de levens van haar drie vriendinnen lijkt het alleen nog maar om kinderen te draaien. Hoe kan ze er voor zorgen dat ze niet uit elkaar groeien? En hoe kan ze haar eigen leven weer vormgeven na zo’n heftige break-up?
Ik vind het zelf heel mooi dat de kwestie van childfree by choice zo’n grote rol speelt in dit boek. Dit thema komt (nog) niet veel voor in de literatuur. Daarnaast vind ik Olive een heel tof personage: ze neemt geen blad voor de mond en heeft duidelijk een eigen mening, maar is tegelijkertijd lief en zorgzaam. Dit maakt haar niet zo’n stereotype en echt een personage van vlees en bloed.
Ik gaf dit boek uitendelijk zelfs 5 sterren! Dat is zeldzaam, maar mede door het thema, het fijne hoofdpersonage én de schrijfstijl verdiende dit boek niets minder dan dat.

Olive - Emma Gannon


Haaientanden – Anna Woltz
Dit dunne boekje, het Kinderboekenweekgeschenk van 2019, kreeg ik gratis toen ik laatst bij een tweedehands boekwinkel was. Ik ben een groot fan van Anna Woltz en ook dit boekje vond ik weer goed geschreven. Wat ik zo bewonder aan Woltz is dat haar verhalen altijd origineel zijn. De thema’s zijn groots en bekend (in dit geval ziekte en ruzie tussen ouders en kinderen) maar de uitwerkingen en verhaallijnen zijn vaak uniek. In dit boek gaat het over een meisje, Atlanta, dat een grote fietstocht gaat maken: dag en nacht wil ze doorfietsen. Ze komt onderweg Finley tegen, ook hij is op de fiets. Maar waarom maken ze zo’n lange fietstocht? En gaan ze elkaar helpen of zitten ze elkaar juist in de weg?

Het is een dun boekje dat je zo uit hebt, dus ik zal er verder niet te veel over vertellen. Lees het maar gewoon ;). In een uur heb je dit mooie verhaal tot je genomen.

Radical acceptance – Tara Brach
In dit boek was ik heel lang bezig, maar dat komt vooral omdat ik iedere dag een klein stukje wilde lezen ter inspiratie. Er staan veel oefeningen in dus het is geen boek dat je snel even uitleest. Hier is het thema, zelfliefde, denk ik ook te groot voor. Zelfliefde gaat meestal ook niet over één nacht ijs (helaas!). Ik ga het boek beslist nog niet wegleggen, ook al heb ik het dan uit. Met name de oefeningen kan ik eindeloos herhalen en ik ga gewoon af en toe een stukje lezen om me er aan te herinneren hoe belangrijk het is om jezelf te accepteren.

Voordat de koffie koud wordt – Toshikazu Kawaguchi
In een koffietentje … kun je tijdreizen! Je kunt teruggaan in de tijd, máár er zitten wel veel regels aan verbonden. Zo kun je niet van je stoel af en kom je weer terug in het heden als de koffie koud is.
Ik vond het een prachtig boek met een stukje mysterie, maar ook veel herkenbare situaties. Het boek is van oorsprong een toneelstuk en dat kon je duidelijk merken tijdens het lezen. Soms vond ik dat wel wat gek, dat je zo duidelijk die verschillende scènes gepresenteerd kreeg. Maar zeker wel bijzonder om te lezen. Ook heel origineel in ieder geval!

‘U kunt slechts naar het verleden terugkeren vanaf het moment dat dit kopje koffie is ingeschonken …’ Fumiko’s vraag wordt compleet genegeerd. In zekere zin vindt Fumiko het wel verfrissend dat ze zo grondig is. ‘…totdat de koffie koud is geworden.’ Het verfrissende gevoelis plotsklaps weer verdwenen. ‘Wat? Zó kort?’

Voordat de koffie koud wordt

A kind of paradise – Amy Rebecca Tan
Dít boek is echt een kind of paradise. Een aanrader voor iedere bibliotheekfan! Jamie moet als straf een zomer lang in een bibliotheek vrijwilligerswerk doen. Ze ziet er tegenop, maar in de loop van de tijd verandert haar mening. Ze leert het personeel én de vaste gasten kennen. En in de tussentijd leert ze meer dan alleen hoe je boeken terug moet zetten…
Als groot bibliotheekfan (ik kom er minstens een keer per week) vond ik het een heerlijk boek. Het was voor mij echt afkicken toen ik het uit had.

A kind of paradise Amy Rebecca Tan

Gratis geld voor iedereen – Rutger Bregman
Een boeiend non-fictieboek met een duidelijke toekomstvisie: gratis geld voor iedereen! Bregman heeft hier over het basisinkomen. Maar daarnaast legt hij ook veel meer uit over hoe de economie en de samenleving op dit moment in elkaar zit én waar we naartoe kunnen. Wat ik mooi vond, is dat hij ook erkent dat we nu in een goede tijd leven wat betreft welvaart, maar dat het wel steeds ongelijker wordt. En dat we op dit moment behoefte hebben aan nieuwe ideeën!

Gratis geld voor iedereen Rutger Bregman

Welke leuke boeken heb jij recent gelezen of ben je nu aan het lezen? 

Volg mij op sociale media voor updates. Zo mis je geen enkele nieuwe post!

Meer lezen? Hier schreef ik de laatste tijd nog meer over:

Wil je een mailtje ontvangen zodra ik iets nieuws plaats? Vul dan hieronder je mailadres is. Geen spam, alleen updates. 🙂

4x non-fictieboeken #1: over verkeer, wonen en meer!

De afgelopen tijd heb ik nieuwe non-fictieboeken gelezen waarvan sommige mijn ogen hebben geopend! Ik vind het heerlijk om via boeken meer te leren over boeiende onderwerpen. Vaak is de informatiedichtheid hierin wat hoger dan bijvoorbeeld in een documentaire en kun je de informatie ook wat meer in je eigen tempo tot je nemen. Daarnaast vind ik de meeste non-fictieboeken die nu worden geschreven absoluut niet droog en juist vlot lezen! Kortom, een prettige manier om meer te weten te komen over onderwerpen die me interesseren. De afgelopen tijd heb ik vier nieuwe non-fictieboeken gelezen, waarvan twee boeken over verkeer, wonen en mobiliteit gingen. Met name het boek over verkeer was een eye opener, maar over beide boeken vertel ik je graag meer!

Een klein land met verre uithoeken – Floor Milikowski
In Een klein land met verre uithoeken vertelt Milikowski over de kansen en worstelingen van veel verschillende steden en dorpen in Nederland. Waarom draait de economie in Eindhoven als een tierelier, is Amsterdam een expat-stad geworden en krimpt de economie van bijvoorbeeld Emmen juist al jaren? Dit zijn allemaal vragen waar ze in dit boek antwoord op geeft.

Wat zo sterk is aan het boek is dat eigenlijk bijna geen stukje Nederland wordt overgeslagen. Zo werd zowel Schiphol als Drenthe en zowel de zuidelijke provinciën op de grens met België als Noord-Groningen besproken. Er wordt onder andere uitgelegd waarom sommige delen krimpen en andere delen van Nederland juist overspannen raken. Ook gaat het over de woningmarkt: waarom zijn er in Groningen zoveel studentenwoningen, en is het eigenlijk wel goed dat de overheid de markt geheel loslaat? Wat voor effect heeft dit op de betaalbaarheid en verdeling van woningen?

Soms mist er wat focus doordat ze álles wil bespreken, maar dit is ook wel weer de kracht. Ik denk dat het boek wil doen wat de overheid soms niet doet, en dat is alle aspecten én delen van Nederland de aandacht geven die ze verdienen. Een goede boodschap die het boek ook gaf is dat door het succes van steden de middenklasse wordt weggejaagd en er juist meer segregatie ontstaat. Belangrijk om over na te denken!

Het was minder een eye opener dan Het recht van de snelste. Misschien omdat het boek zoveel uitstapjes maakte. Door die uitstapjes vond ik het soms ook wat te veel van hot naar her gaan, maar dit zorgde er dan wel weer voor dat ik over heel veel delen van Nederland weer wat meer kennis heb! En dat is zeker een leuke toevoeging 🙂

Het recht van de snelste


Het recht van de snelste – Thalia Verkade

Steekt een hert de weg over of rijden wij dwars door zijn bos heen? Waarom moeten we op een knopje drukken als we de straat over willen steken? En hoe kan het dat we steeds sneller reizen, maar geen seconde eerder thuiskomen?


Het recht van de snelste is een van de betere non-fictie boeken die ik in lange tijd heb gelezen. Na het lezen kan ik niet meer hetzelfde kijken naar het verkeer en de inrichting van de mobiliteit in Nederland.
Wat ik vooral zo goed vond aan het boek, was dat het met zulke sterke feiten kwam. Een voorbeeld: we spreken altijd over het grote fileprobleem, maar slechts 2-3% van de Nederlanders heeft daadwerkelijk last van files. Best klein percentage, hè? En ook wordt er verteld hoeveel ruimte openbare parkeerplaatsen innemen en hoeveel ze eigenlijk gebruikt worden. Het zijn best wel bizarre cijfers!

Er zijn in Nederland bijna evenveel parkeerplaatsen als er mensen zijn, en dat betekent dat er twee keer zo veel parkeerplaatsen als auto’s zijn. Als je al die parkeerplaatsen aan elkaar zou leggen, zou dat een groter gebied beslaan dan het complete landoppervlak van de gemeente Amsterdam.  

Het leukste van het boek vind ik echter dat je ziet hoe erg we gewend zijn de auto als middelpunt te nemen en hoe automatisch er wordt gedacht dat de doorstroom van ‘het verkeer’ (niemand denkt hier trouwens snel aan treinen, terwijl dat net zo goed verkeer is!) het belangrijkste is bij het inrichten van nieuwe ruimte. Maar er wordt ook verteld dat er in de 20ste eeuw behoorlijk is gelobbyd in Nederland, waardoor er nu meer ruimte is voor fietsers dan in andere Europese landen.

Het boek was soms wat deprimerend, zeker als je net als ik niet zo’n enorme fan bent van auto’s. Maar gelukkig schreef ze ook nog een hoofdstuk over oplossingen voor de openbare ruimte en het verkeer. Het recht van de snelste is in ieder geval een grote aanrader voor iedereen die weleens uit moet leggen waarom meer asfalt niet perse de beste oplossing is of waarom ze, ondanks dat het een lage CO2-uitstoot geeft, toch óók geen elektrische auto zouden kopen. En verder vind ik gewoon dat iedereen dit boek moet lezen, omdat het zo’n eye opener is.

Lees jij graag non-fictieboeken? En zo ja, wat zijn jouw favoriete onderwerpen?

Recensie: De kunst van het ongelukkig zijn – Dirk de Wachter

De titel van dit boek van psychiater en hoogleraar Dirk de Wachter klinkt misschien niet heel gezellig, maar toen ik eenmaal was begonnen met lezen kon ik niet meer stoppen. De Wachter benoemt zo veel interessante dingen dat ik het boekje binnen no time uit had gelezen. En tegen de verwachtingen in maakte het boek mij zowaar blijer en optimistischer!
De Wachter stelt dat er op dit moment veel eenzaamheid en psychische klachten zijn in zowel België als Nederland. De Wachter ziet zelf als Vlaamse psychiater zijn doelgroep ook groeien. Met name eenzaamheid is een veelvoorkomend probleem. Onderzoeken wijzen uit dat een schrikbarend groot deel van de bevolking zich regelmatig eenzaam voelt.

‘De terreur van het geluk’

Oké, dit zijn absoluut geen feiten om optimistisch van te worden. Toch is er ruimte voor hoop. De Wachter legt heel mooi uit dat we ons ongeluk en onze klachten zelf vaak groter maken. Zo geeft hij aan dat we niet echt praten over wat ons verdrietig maakt. Alles moet altijd maar leuk zijn. Ook streven we naar een soort constante staat van supergelukkig zijn in plaats van tevreden zijn. Ongelukkig zijn lijkt niet meer welkom in onze samenleving en moet bestreden worden.  En juist met deze mindset maken we van verdrietige muizen depressieve olifanten. Het is precies het bieden van weerstand tegen onprettige emoties waardoor we er soms niet uit komen met onszelf.

Volgens de Duitse filosoof Wilhelm Schmidt is geluk een plicht geworden. Hij noemt het krampachtig streven naar zoveel mogelijk plezier de ‘terreur van het geluk’ en hij raadt aan die zoektocht op te geven.

De Wachter pleit daarom voor meer ruimte om ongelukkig te zijn. Ook stelt hij dat we in de psychiatrie niet per se moeten streven naar de meest efficiënte en snelle behandeling van klachten – indien het geen levensgevaarlijke situatie is uiteraard! – , maar dat verdriet soms de ruimte moet krijgen en verwerking ervan vaak tijd nodig heeft. Wel denk ik dat het boek in de juiste context geplaatst moet worden. De Wachter streeft er immers niet naar om mensen die aan een zware depressie leiden aan hun lot over te laten en verwijst met ongelukkig zijn niet naar depressieve of suïcidale klachten.

De boodschap van dit boek vind ik belangrijk, omdat het ruimte geeft voor een kleine ommezwaai in hoe we tegenwoordig denken over gelukkig zijn. Én vooral ook over ongelukkig zijn. De boodschap is dat we weer wat meer over ons ongeluk moeten praten, minder hoeven te streven naar constant gelukkig zijn en dat we sombere gevoelens af en toe wat meer ruimte mogen geven in ons leven. In plaats van dat we krampachtig moeten proberen extreem happy te zijn, kunnen we ons wat meer bezig houden met zinvolle activiteiten. En de paradox is dan misschien wel dat je je als gevolg daarvan toch gelukkiger gaat voelen.